Kameleon/Algemeen
Voor twee tot vier dieren is minimaal een terrarium van 60x30x40 cm nodig.
In de natuur komen deze dieren voornamelijk voor in droge gebieden (woestijn).
Het terrarium dient overeenkomstig de biotoop ingericht te worden met stukken steen (flagstones of zwerfkeien), gezandstraald hout (Premium Sand-blasted Grapevine) en een schuilplaats in de vorm van een Cozy Cave of Habba Hut. Ook al gaat het hier om woestijnbewoners, toch mag een drinkbak niet ontbreken (Repti Rock Waterdish). Als bodembedekking kunnen we rood of wit zand gebruiken (Repti Sand).
Voor de verlichting en verwarming komt een Repti Basking Spot Lamp in aanmerking. Het wattage van de lamp is afhankelijk van de grootte van het terrarium. Als aanvulling is het aan te bevelen een TL te gebruiken die ultraviolet licht uitstraalt (Reptisun 5.0). Het UV licht van deze lamp compenseert het gebrek aan natuurlijk zonlicht.
Uit ervaring is gebleken dat bij het gebruik van dit licht de kleuren van de dieren beter tot uiting komen en zowel het eet- als paargedrag gestimuleerd wordt. Beide lichtbronnen mogen 12 tot 14 uur per dag branden. Om aan de grote warmtebehoefte van deze woestijnbewoners te voldoen kunnen we ook nog een warmte-steen (Repticare Rock Heater) of verwarmingsmat (Vivarium Heat Mat) in het terrarium plaatsen.
Als aanvullende warmtebron, voor 's-nachts of in de winter, kan een porseleinen verwarmingslamp (Ceramic Heat Emitter) of rode warmtespot (Infrared Heat Lamp) gebruikt worden.
Het lichaam van deze hagedissen is gewoonlijk zijdelings samengedrukt; de kop draagt vaak een opvallende kam, hoorns of huidplooien. De oogleden zijn over bijna de hele oogbal uitgegroeid en laten slechts een kleine ronde opening vrij. De ogen kunnen onafhankelijk van elkaar worden bewogen, hetgeen altijd bijzonder intrigeert.
De tong van de kameleons is als een soort katapult gebouwd met aan het uiteinde een knotsachtige verdikking waarop een kleverige stof zit. Hij kan over een lengte die langer is dan het lichaam worden uitgerold, waarbij de prooi met de kleverige knots wordt geraakt en bliksemsnel naar binnen gehaald. De actieradius van deze trage dieren wordt door de feilloos werkende lange tong belangrijk vergroot.
De grootte van de prooi hangt samen met de grootte van het dier zelf; de kleinere soorten vangen voornamelijk insecten, de grotere zelfs hagedissen en ook kleine zoogdieren en vogels.
De ledematen van kameleons zijn lang en dun; ze dragen het lichaam hoog. De tenen staan bij twee en drie tegenover elkaar, aan de voorpoten twee naar buiten en drie naar binnen, en aan de achterpoten net omgekeerd.
De voeten zijn daardoor echte grijpers geworden waarmee ze zich stevig aan takjes kunnen vastgrijpen. Bovendien hebben de leden van de Chamaeleo nog een grijpstaart die zelfstandig in staat is het lichaam te dragen. Het vermogen van deze hagedissen om van kleur te 'verschieten' is zelfs bij ieder leek bekend, hoewel men vaak een wast overdreven indruk heeft van dit fenomeen.
De kleur van de overdag actieve bosdieren is een prima schutkleur, bijvoorbeeld een groene of een boomschorskleurige huid, naar gelang de omgeving. Zeer vaak echter spelen kleuren en patronen en rol tijdens het 'twisten' met andere leden van dezelfde soort; soms ook weerspiegelen ze een bepaalde lichamelijke toestand. Een opmerkelijke groot aantal soorten heeft vuil grijze slaapkleur en ze kunnen dan ook met behulp van een lamp gemakkelijk in het loof worden ontdekt, waartussen ze overdag door hun schutkleur niet zijn te onderscheiden.
Mannetjes, en soms ook wijfjes houden er een territorium op na dat ze fel tegen andere dieren beschermen.
Slechts zeer zelden vinden echte gevechten plaats hoewel de hoorns en andere uitsteeksels van vele soorten uitnemende wapens zouden zijn. Indien twee rivalen op gezichtsafstand zijn genaderd nemen een dreighouding aan en spreiden de prachtigste kleuren ten toon, waarbij ze altijd proberen hun flanken naar de vijand te keren, hetgeen meer indruk moet maken. Karakteristieke wiebelbewegingen met het lichaam geven de dreiging steun en soms sperren ook de mond wijd open, waarbij het kleurige mondslijmvlies fel contrasteert.
De meeste kameleons leggen eieren die door het wijfje in zelf gegraven kuilen in de bodem worden gelegd. dit is voor deze boomdieren een werkelijk hachelijke onderneming. Enkele soorten, vooral uit de subtropen zuidelijk Afrika en in de hoger gelegen streken, zijn levend barend.
Info